Door de productiewijze hebben dikwandige roestvrijstalen platen een glashard en ruw oppervlak. Deze zogenoemde walshuid ontstaat bij het warmwalsen en bemoeilijkt door haar hardheid de verdere bewerking van het oppervlak. Dikwandig roestvrij staal wordt vaak in de levensmiddelen- en farmaceutische industrie gebruikt. Uit hygiënische overwegingen moeten de individueel vastgelegde waarden voor de oppervlakteruwheid hier zeer gering zijn. Want hoe ruwer het oppervlak is, des te eerder kunnen er verontreinigingen worden gevormd.

Om het oppervlak van warm gewalst roestvrij staal geschikt te maken voor verder gebruik, moet de walshuid er helemaal afgeslepen worden. Het is heel belangrijk dat de harde laag in de eerste werkstap helemaal wordt weggeslepen. Daarbij moet de slijpkorrel onder de walshuid "grijpen". Anders bestaat het gevaar dat de punt van de slijpkorrel "afrondt" of "verglaast": het is dan niet meer mogelijk om materiaal af te slijpen. Daarom adviseren de roestvrij staal-experts van FEIN om eerst grover voor te slijpen. In de volgende stap is dan een perfecte opbouw van het slijpbeeld mogelijk.

Tip:

Door het gebruik van slijphulzen met zirkoonkorund en slijpactieve koelmiddelen kunnen een lange levensduur en relatief koel slijpen worden bereikt. De FEIN rvs-set "Slijpen van oppervlakken" bevat de noodzakelijke slijphulzen. Met expansiewalsen van Vulkollan (polyurethaan) kan een hoge aandrukkracht worden bereikt. Zelfs bij een gering toerental kunnen de slijphulzen daarbij niet wegglijden. Om oververhitting van het materiaal te vermijden, mag het toerental niet hoger zijn dan 2500 omw/min.

Met een schuurpolijstmachine en een slijphuls van zirkoonkorund met slijpactief werkzame stoffen wordt de walshuid over het hele vlak afgeslepen.